Hoofdstuk 21: MY BEAUTIFUL LAUNDERETTE
Hoofdstuk 1: EEN BOTERHAM MET HAGELSLAG
De dag dat ik wist dat ik bij hem weg zou gaan stond hij, slechts gekleed in een Lacoste-shirt, voor het raam zijn nagels te knippen. Ze sprongen vrolijk in het rond. Alle weerzin die ik jarenlang had weggeslikt kwam er nu zonneklaar uit. Als ik een paar dagen later, tijdens een van zijn driftbuiten, vrij zicht heb op een halfvermalen boterham met hagelslag in zijn mond, barst ik van walging spontaan in tranen uit.
Visuele mishandeling. Zou daar wel eens onderzoek naar zijn gedaan? En naar de desastreuze gevolgen voor een huwelijk?
Steeds vaker had de gedachte zich aan me opgedrongen, dat er iets moest bestaan wat beter was. Luchtiger. Vreugdevoller.
‘s Nachts bad ik om een man en voor de gelegenheid geloofde ik even heel hard in God. Ik wilde een andere man. Een man die me gelukkig zou maken. ‘And untill then I’ll suffer’ zong ik met veel gevoel voor drama mee met Betty Lavette.
Waarom ik niet eerder mijn biezen heb gepakt? Ik dacht dat ik niet beter verdiende. Dat ik niet beter kon krijgen. Dat er niets beters mogelijk was. Omdat ik vond dat je beter af was met een slechte relatie dan zonder relatie. Als de dood om alleen te zijn. Niemand om van me te houden. Want hij hield wel van me. Op zijn manier dan. En voor die paar schouderklopjes had ik alles over. Mijn sexleven, mijn eigenwaarde. Alles moest eraan geloven als er maar iemand was die van me hield.
Ik ben een geheime tunnel gaan graven. Om te kunnen ontsnappen. Het wachten op het goede moment was begonnen. Het moment waarop ik mezelf het groene licht zou geven om gelukkig te worden.
|